Veel gestelde vragen over lood in de bodem en onderzoek

1. Hoe en waar zit lood in de bodem?
De verontreiniging zit vooral in de bovenste grondlaag, die door eeuwenlang menselijk gebruik is ontstaan. Dit geldt vooral voor vooroorlogse wijken en dorpskernen, maar ook voor de veenweidegebieden. Deze gronden komen voor in Noord-Holland, Zuid-Holland en Utrecht en hebben veelal een bovenlaag van aardmest, dat bestond uit bagger uit sloten, stadsvuil, mest en zand uit stallen.

Ook verontreinigingen met andere zware metalen zoals koper, zink en PAK’s (teerachtige stoffen), komen veel voor. Lood is gebruikt als antiklopmiddel in benzine, als kleurstof in verf en in de bouw (bijvoorbeeld in drinkwaterleidingen). Verder was lood aanwezig in materialen die gebruikt zijn om de grond op te hogen of sloten te dempen en in loodslabben van gebouwen.

Een belangrijk kenmerk van de verontreiniging met lood is dat deze aanwezig is in een groot gebied, met daarbinnen soms relatief grote verschillen, dus hoge gehaltes in een bepaald gebied en weer lage in een daarnaast gelegen gebied.

2. Hoe weten we waar lood in de grond zit?
Op basis van historische informatie over ophogingen, demping, oude bedrijfsactiviteiten, ontstaansgeschiedenis van een wijk en eerder uitgevoerde bodemonderzoeken kan een inschatting gemaakt worden van de bodemkwaliteit van bepaalde gebieden/wijken.

3. Wie is er verantwoordelijk voor de verontreiniging?
Door de eeuwen heen heeft de mens vaak met lood gewerkt. Er zijn veel plaatsen in Noord-Holland waar verhoogde loodgehalten in de bodem kunnen voorkomen. Onder andere locaties op veengrond, waarvan de bodem is opgehoogd met stadsafval, de ondergrond van historische binnensteden (Hoorn, Medemblik, Enkhuizen, Den Helder, Alkmaar), vooroorlogse wijken, dorpskernen en lintbebouwing en bij oude industriegebieden. Het betreft vaak grotere oppervlakten waarbij geen duidelijke grens is tussen schoon en verontreinigd. Dit staat bekend als diffuse bodemverontreiniging.

De provincie Noord-Holland en gemeenten nemen de mogelijke gezondheidsrisico’s door lood in de bodem serieus. Hierom neemt de provincie met de gemeenten het voortouw om onderzoek en bij aanwezige risico’s maatregelen uit te (laten) voeren.

4. Waarom is hier nu aandacht voor?
Door het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) is recent een nieuwe stand van zaken gepubliceerd over lood. Hierin geeft het RIVM aan dat lood een nadelig effect heeft op de ontwikkeling van de hersenen. Vooral bij jonge kinderen kan dit leiden tot minder leervermogen. Vanwege deze effecten adviseert het RIVM om maatregelen te nemen op plaatsen waar kinderen in contact komen met bodemlood, om blootstelling zo laag mogelijk te houden.

5. Welke grond wordt onderzocht?
Grond die niet geheel bedekt is met (kunst)gras, lage beplanting, bestrating of grind wordt onderzocht. Speelplaatsen die voorzien van een geheel bedekte bodem, hoeven niet onderzocht te worden omdat kinderen daar niet in contact kunnen komen met de grond.

Onderzoek speellocaties


6. Wanneer start het onderzoek?
Het onderzoek start naar verwachting eind januari 2019 in de regio van Regionale Uitvoeringsdienst Noord-Holland Noord.

7. Hoe wordt het onderzoek uitgevoerd?
Het onderzoek wordt uitgevoerd door het gecertificeerd onderzoeksbureau Sweco. Het onderzoek bestaat in hoofdlijnen uit een vooronderzoek, veldonderzoek, laboratoriumonderzoek en een eindrapportage. Het daadwerkelijke bodemonderzoek ter plaatse zal bestaan uit het schouwen van de locatie en het nemen van diverse bodemmonsters. De bodemmonsters worden in principe handmatig genomen met een kleine boor.

8. Wat is de planning van het onderzoek?
Het onderzoek zal zo’n 10 weken duren en is rond 15 april 2019 gereed. Daarna moeten de onderzoeksresultaten geanalyseerd worden en worden gemeenten en andere betrokkenen geïnformeerd over de resultaten en eventueel te nemen maatregelen.

9. Wanneer worden de uitslagen van het onderzoek bekend?
Een exacte termijn is nu nog niet aan te geven. Wel is het streven dat voor de zomerperiode van 2019 alle resultaten bekend zijn, de betrokkenen zijn geïnformeerd en de te nemen maatregelen zijn afgestemd.

10. Hoeveel locaties worden er onderzocht?
In de gemeenten, die vallen onder de regio van de RUD NHN, worden bijna 500 speellocaties onderzocht.

Na het onderzoek zal blijken voor welke speellocaties er daadwerkelijk maatregelen getroffen moeten worden. Denk bijvoorbeeld aan het aanbrengen van gras of tegels. Maatregelen hoeven uitsluitend genomen te worden als uit de onderzoeken blijkt dat er verhoogde gehaltes aan lood aanwezig zijn, die een risico kunnen geven. Op basis van onderzoeken uit andere regio’s is de verwachting dat het aantal locaties waar maatregelen worden genomen, veel lager is dan het aantal onderzochte locaties.

Gezondheid en handelen
 

11. Wat is het gezondheidsrisico van lood in de bodem?
Vooral jonge kinderen van 0 tot 6 jaar zijn gevoelig voor lood. Dat komt doordat lood effect kan hebben op het leervermogen. Daarnaast krijgen jonge kinderen vaak meer lood binnen doordat zij vieze handen (met mogelijk verontreinigde grond) in hun mond stoppen en nemen hun darmen meer lood op. Dat jonge kinderen zo gevoelig zijn voor lood is gebleken uit recent onderzoek van het RIVM.

Individueel is het effect van lood op het IQ niet te meten of vast te stellen, er zijn immers meerdere factoren die van invloed zijn op de ontwikkeling van intelligentie.
Voor specifieke vragen over de gezondheidsrisico’s verwijzen wij u door naar de GGD Hollands Noorden (088-0100500).

12. Wanneer loopt uw kind risico?
Het risico dat uw kind kan lopen hangt af van diverse factoren, zoals de mate van verontreiniging, de regelmaat van hoeveel en hoe vaak grond in de mond wordt gestopt. Voor specifieke vragen over de gezondheidsrisico’s verwijzen wij u door naar de GGD Hollands Noorden (088-0100500).

13. Is er een norm waarboven de hoeveelheid lood in de grond tot risico’s leidt?
Momenteel ligt de landelijke interventiewaarde voor lood op 530 mg/kg. De interventiewaarde is op basis van de Wet bodembescherming (Wbb) formeel de norm, waarboven risico’s mogelijk zijn als geen rekening wordt gehouden met gebruiksbeperkingen.

14. Hoe komt mijn kind in contact met lood?

  • Jonge kinderen van 0 tot 6 jaar kunnen lood uit de bodem binnenkrijgen doordat zij bij het buitenspelen grond in hun mond stoppen waar looddeeltjes in zitten.
  • Er kan lood aanwezig zijn in gronddeeltjes, die nog aan de groenten kleven uit eigen tuin. Het advies is de groente altijd goed te wassen.
  • In oude huizen kan lood in drinkwater terechtkomen als er nog loden waterleidingen in de woning aanwezig zijn.

Voor meer informatie kunt u op de website van de GGD kijken.

15. Hoe kan mijn kind zo weinig mogelijk lood uit de bodem binnenkrijgen?
Om contact met verontreinigde grond te beperken kunt u het volgende doen:

  • Laat kinderen hun handen wassen na het buitenspelen.
  • Laat kinderen niet op onbedekte verontreinigde bodem (‘kale bodem’) spelen. Dek eventueel de bodem af met grasmatten, struiken of een (waterdoorlatende) bestrating.
  • Plaats een zandbak met schoon zand.
  • Was de aarde van zelfgekweekte groenten en fruit zorgvuldig.
  • Ga de inloop van grond in huis tegen door schoenen uit te doen bij het naar binnen lopen. Stofzuig of dweil regelmatig uw huis.

16. Lopen volwassen ook een risico?
Oudere kinderen en volwassenen zullen bij een bodemvervuiling met lood niet zo snel te veel lood binnenkrijgen, omdat de kans minder groot is dat zij grond in de mond krijgen. Bovendien zijn zij minder gevoelig voor de effecten van lood.

17. Moeten er maatregelen getroffen worden in het geval van een verontreinigde bodem?
Het is belangrijk om blootstelling aan met lood verontreinigde grond te beperken. Dit kan door het opvolgen van gebruiksadviezen (zie antwoord vraag 15) en door het wegnemen van de contactmogelijkheden: afdekken of verwijderen van de verontreinigde grond en vervangen door schone grond