Q&A Ecologisch onderzoek kleine windturbines
Op initiatief van de provincie Groningen is samen met andere provincies ecologisch onderzoek gedaan naar kleine windturbines. Noord-Holland heeft dit onderzoek meegefinancierd. Het onderzoek laat zien dat kleine windturbines vaker tot botsingen met vogels en vleermuizen leiden dan eerder werd gedacht. Per turbine is het effect meestal beperkt, maar het gezamenlijke effect van meerdere turbines bij elkaar vraagt aandacht.
De resultaten betekenen niet dat bestaande kleine windturbines automatisch in strijd zijn met de regels. Kleine windturbines zijn nog steeds mogelijk in Noord-Holland. De provincie kiest voor een zorgvuldige en locatiespecifieke aanpak, waarbij elke situatie afzonderlijk wordt beoordeeld.
De aanvraagprocedure voor nieuwe kleine windturbines blijft in de basis hetzelfde. Wel is altijd ecologisch onderzoek nodig. Door de uitkomsten van dit onderzoek kan een aanvraag meer tijd kosten en in sommige gevallen hogere kosten met zich meebrengen. Zo houdt Noord-Holland ruimte voor lokale duurzame energie, met aandacht voor natuur en biodiversiteit.
Bij gemeenten moet een vergunning worden aangevraagd voor het plaatsen van kleine windturbines (<15MW). Deze toetst of het constructief en ruimtelijk voldoet aan de wettelijke normen en eisen. De gemeente moet ook toetsen of de windturbine van invloed is op (beschermde) diersoorten zoals vogels en vleermuizen. Als dat zo is moet ook een omgevingsvergunning voor een flora- en fauna activiteit worden aangevraagd bij de provincie. De Omgevingsdienst Noord-Holland Noord voert deze vergunningstaken namens de provincie uit.
De provincie Groningen heeft het initiatief genomen voor ecologisch onderzoek naar kleine windturbines. Andere provincies, waaronder Noord-Holland, hebben dit onderzoek meegefinancierd. Aanleiding was dat er weinig concrete kennis was over botsingen van vogels en vleermuizen met kleine windturbines. Uit het gezamenlijke, meerjarige onderzoek blijkt dat kleine windturbines vaker tot botsingen met vogels en vleermuizen leiden dan eerder werd aangenomen. Vooral het effect op vogels en vleermuizen van meerdere turbines bij elkaar of de locatie vraagt om extra aandacht.
Bij het plaatsen van kleine windturbines lag de aandacht lange tijd vooral op het landschap en de energieopbrengst. Ecologische effecten zijn toen nauwelijks onderzocht. Internationale studies lieten weinig risico’s zien. Nieuwe signalen uit pilots vanaf 2019 gaven aanleiding om dit alsnog grondig te onderzoeken.
Het onderzoek laat zien dat één kleine windturbine meestal weinig schade veroorzaakt voor vogels en vleermuizen. Het gaat dan om incidentele aanvaringen, die op zichzelf vaak geen probleem vormen. Het beeld verandert als er meerdere turbines bij elkaar in een bepaalde straal staan. Dan tellen de effecten van al die turbines bij elkaar op. Samen kan dit voor sommige soorten wel te veel worden. Dat is het cumulatieve effect.
Om dit te beoordelen gebruiken ecologen een signaalwaarde, de 1%-norm, ook wel ORNIS genoemd. Die waarde geeft aan wanneer extra sterfte mogelijk invloed heeft op een populatie. Het onderzoek laat zien dat deze norm bij veel turbines samen kan worden overschreden, ook al blijft elke afzonderlijke turbine daaronder. Daarom is zorgvuldigheid nodig: niet alleen kijken naar één turbine, maar ook naar het totaal in een gebied, zowel bij bestaande situaties als bij nieuw vergunde plannen.
De realisatie van kleine windturbines blijft mogelijk en de aanvraagprocedure verandert niet.
Wel kan uit de onderzoeksresultaten volgen dat meer ecologisch onderzoek nodig is, ook bij al lopende aanvragen. Hierdoor kan de doorlooptijd van een aanvraag langer worden en kunnen de kosten hoger uitvallen. In sommige gevallen kan ook de kans op het verkrijgen van een natuurvergunning kleiner worden.
Met vragen over vergunningen, onderzoeksplichten en procedures kunnen agrariërs en andere initiatiefnemers contact opnemen met de Omgevingsdienst Noord-Holland Noord.
Vooralsnog gaat Noord-Holland geen nieuw beleid vaststellen voor het plaatsen van kleine windturbines. De provincie gaat wel kijken of de bestaande “Ruimtelijke handreiking wind op land” kan worden aangepast. Noord-Holland gebruikt de resultaten van dit gezamenlijk gefinancierde onderzoek als belangrijke bouwsteen. Eventuele beleidswijzigingen worden zorgvuldig voorbereid, besproken met Provinciale Staten en vastgelegd in de provinciale omgevingsverordening.
De resultaten hebben alleen betrekking op kleine windturbines. Ze hebben geen directe gevolgen voor het beleid of de vergunningverlening voor grote windturbines.
De gezamenlijke onderzoeksresultaten betekenen niet automatisch dat bestaande turbines in overtreding zijn. Bij een handhavingsverzoek is altijd locatiespecifiek onderzoek nodig.
De controle op turbines valt onder het reguliere werk. Door deze ontwikkeling zal er vanuit de omgevingsdienst geen extra aandacht aan deze controles gegeven worden.
Ja. Nieuwe kleine windturbines blijven mogelijk. De aanvraagprocedure blijft in de basis hetzelfde. Wel zijn nieuwe initiatieven niet automatisch vergunningvrij. Een ecologische quickscan is altijd nodig en moet getoetst worden door het bevoegd gezag. Een ecologische quickscan kan worden uitgevoerd door een ecologisch adviesbureau. Deze zijn hier te vinden. Mogelijk blijkt uit de ecologische quickscan dat er aanvullend ecologisch onderzoek nodig is. Als daaruit blijkt dat negatieve effecten niet kunnen worden uitgesloten, is een omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit vereist.
Het uitgevoerde onderzoek in Groningen geeft een algemeen beeld, maar laat ook zien dat effecten sterk kunnen verschillen per locatie, bijvoorbeeld door het type agrarisch bedrijf, ligging nabij erfbeplanting, watergangen of vaste vliegroutes. Daarom blijft locatiespecifiek onderzoek noodzakelijk.
Nee, daarover bestaat geen discussie. Kleine windturbines blijven waardevol voor lokale verduurzaming van agrarische bedrijven. Hun bijdrage aan de totale energietransitie is beperkt, maar op erfniveau kunnen ze belangrijk zijn. De provincie zoekt nadrukkelijk naar een balans tussen natuurbehoud en het mogelijk houden van passende vormen van duurzame energie.
De provincie Noord-Holland verkent samen met andere provincies welke maatregelen mogelijk zijn om de ecologische effecten van kleine windturbines te beperken. Daarbij wordt gekeken naar maatregelen die uitvoerbaar en effectief zijn, om de gevolgen voor de beschermde soorten zoveel als mogelijk te beperken. Daarnaast werkt de provincie aan het verduidelijken van het kader voor vergunningverlening, zodat initiatiefnemers vooraf weten waar zij aan toe zijn. Tegelijkertijd onderzoekt Noord Holland, samen met andere provincies, of kleine windturbines op het erf mogelijk kunnen blijven zonder dat dit leidt tot onnodige extra kosten voor agrariërs.
Ja, via landbouworganisatie LTO Noord worden agrariërs betrokken.