Wet bodembescherming

Het Nederlandse bodembeleid is erop gericht dat uiterlijk in 2030 de bodem overal in Nederland (weer) geschikt is voor het gewenste gebruik. Alle ernstige gevallen van bodemverontreiniging moeten dan gesaneerd of beheerd zijn.


Tot 2020 ligt de focus op het wegnemen van onaanvaardbare risico’s voor mens en ecosysteem en verspreiding bij het huidige gebruik. Vervuilde (bedrijfs)terreinen die een groot risico voor de directe omgeving vormen, moeten uiterlijk in 2020 zijn aangepakt. Dit zijn de zogenaamde spoedeisende locaties.

Sinds 1987 geldt in Nederland de Wet bodembescherming (Wbb). De Wbb stelt regels om de bodem te beschermen, in het bijzonder ter voorkoming van bodemverontreiniging en de sanering van verontreinigde terreinen.

De Wbb stelt een eigenaar van een stuk grond verantwoordelijk voor de bodemkwaliteit van die grond. Dat betekent dat de eigenaar op de hoogte moet zijn van de toestand van de bodem en dient te weten of er verontreinigde stoffen in de grond zitten.

In de Wbb is opgenomen dat iedereen verplicht is om nieuwe bodemverontreiniging te voorkomen en deze volledig te verwijderen als er toch verontreiniging ontstaat (art 13 Wbb, ‘zorgplicht’). Hierbij maakt het niet uit hoe groot de verontreiniging is. Voor verontreiniging ontstaan vóór 1987 geldt een ander regime.

Tevens is er de verplichting de verontreiniging te melden bij het bevoegd gezag. In dit geval is dat de Omgevingsdienst Noord-Holland Noord (OD NHN) of de gemeente Alkmaar (voor terreinen in deze gemeente).

Het is van belang onze bodem te beschermen tegen verontreiniging. U kunt hier op een eenvoudige wijze aan bijdragen. Zelf kunt u bodemverontreiniging voorkomen door te zorgen dat geen bodemvreemde materialen en vloeistoffen (sloopafval, huishoudelijk afval, verfresten, etc.) in de bodem kunnen komen. Bijvoorbeeld door sloopafval buiten in een container of op een zeil op te vangen en te verzamelen.