Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS)
De overheid ontwikkelt beleid om te borgen dat gevaarlijkste stoffen voor mens en milieu zo veel mogelijk uit de leefomgeving worden geweerd.
Wat zijn ZZS?
Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS) zijn stoffen die gevaarlijk zijn voor mens en milieu, omdat ze bijvoorbeeld de voortplanting belemmeren, kankerverwekkend zijn of zich in de voedselketen ophopen.
Mensen en ecosystemen kunnen in contact komen met ZZS via het milieu (lucht, water of bodem), voedsel, de werkplek, of via producten zoals huishoudchemicaliën.
Bedrijven kunnen ZZS als grondstoffen gebruiken, maar het kan ook zijn dat ZZS ontstaan tijdens het productieproces. ZZS verlaten een bedrijf verlaten als afvalstof, via de lucht of via het (riool)water.
Hoe herken je ZZS?
Het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) houdt een lijst (opent in nieuw tabblad) bij waarop alle ZZS worden vermeld. Daarnaast bestaat er een lijst voor Potentieel Zeer Zorgwekkende Stoffen (pZZS), waarvan nog definitief vastgesteld moet worden of ze tot de groep van ZZS behoren.
Een bedrijfsmatige gebruiker van een stof moet beschikken over een veiligheidsinformatieblad (VIB). Op dit VIB staat een CAS-nummer van de stof. Aan de hand van het CAS-nummer kan worden gezocht op de RIVM ZZS-lijst (opent in nieuw tabblad).
Het is mogelijk dat sommige stoffen niet op de RIVM-lijst staan, maar er toch sprake is van ZZS. Bijvoorbeeld als er sprake is van een mengsel. Meer informatie hierover kunt u terugvinden op de website van IPLO (opent in nieuw tabblad).
Als uit het VIB blijkt dat de stof Carcinogeen categorie 1, Mutageen categorie 1, Reproductie toxisch categorie 1 of Persistent, Bioaccumulerend & Toxisch (PBT) is, dan is er sprake van een Zeer Zorgwekkende Stof. Dit blijkt ook uit de H-codes H340, H350, H360 en EUH440/441, die als waarschuwing op het VIB (en verpakking) zijn vermeld.
Overheidsbeleid
Het doel van het overheidsbeleid is om zoveel mogelijk ZZS uit de leefomgeving te weren.
Wet- en regelgeving
Een verordening van de Europese Gemeenschap geeft aan wanneer stoffen gelden als ZZS. Stoffen die aan één of meer van de onderstaande criteria voldoen, worden geclassificeerd als ZZS:
- CMR-stoffen: kankerverwekkend (de C van carcinogeen), mutageen (de M) en giftig voor de voortplanting (de R van reprotoxisch)
- PBT-stoffen: persistent, bioaccumulerend en toxisch ofwel giftig
- vPvB: zeer persistent en zeer bioaccumulerend
- stoffen van soortgelijke zorg (zoals hormoonverstorende stoffen)
Het Besluit Activiteiten Leefomgeving verplicht alle bedrijven uitstoot van ZZS naar lucht en water te vermijden. Als volledig vermijden niet mogelijk is, dan geldt een minimalisatieverplichting om de emissie zoveel mogelijk te beperken.
In dit Besluit zijn ook activiteiten aangewezen waar aanvullende verplichtingen voor gelden. Een bedrijf dat een aangewezen activiteit uitvoert moet iedere vijf jaar een Vermijdings- en Reductieprogramma (VRP) opstellen. Hierin geven zij een compleet overzicht welke stoffen zij uitstoten naar de lucht en water. Ook moeten bedrijven aangeven hoe zij de uitstoot van deze stoffen voorkomen en verminderen. Het VRP moet worden verstrekt aan het bevoegd gezag.
Voor wie geldt deze wetgeving?
De verplichting om uitstoot van ZZS naar lucht en water zo veel mogelijk te vermijden, geldt voor iedereen die een milieubelastende activiteit of lozingsactiviteit verricht.
De aanvullende verplichtingen uit het Besluit Activiteiten Leefomgeving zijn op dit moment beperkt tot bedrijven met een milieuvergunning. In dit Besluit is per milieubelastende activiteit bepaald of de aanvullend verplichtingen van toepassing zijn. De vergunning kan zelf ook voorschriften bevatten over ZZS.
Uitvoering in de praktijk
Bedrijven die ZZS uitstoten moeten hiervoor een ‘vermijdings- en reductieprogramma’ opstellen. In dit programma wordt bijvoorbeeld opgenomen dat men onderzoekt hoe ZZS kunnen worden vervangen door minder schadelijke stoffen, hoe productieprocessen kunnen worden aangepast en of nieuwe technieken kunnen worden toegepast. Het VRP moet aan het bevoegd gezag worden verstrekt. Het bevoegd gezag controleert of het programma in de rapportage juist en volledig is en of het op een zorgvuldige wijze tot stand gekomen.